NEDERLANDS-INDIE TEGEN DUITS NEDERLAND

 

Op deze plaats worden enige personen gepresenteerd die zich tegen de Duitse bezetter hebben gekeerd. Ze vormen een bijzondere groep omdat de tweede gemene deler ligt in Nederlands-Indië (Indonesië). Het Indische/Indonesische aandeel in de strijd tegen het fascisme is niet zo bekend.

 

Dit is een project van Stichting ArtEsteem. Indien uw opmerkingen heeft, vragen of suggesties, schroom niet een e-mail te sturen via de contactpagina.

 


        Rudy in zijn Spitfire

RUDY BURGWAL

Rudy Burgwal (Soerabaja, 27 september 1917 – Saint Isle, 13 augustus 1944): "Toen Japan in het Oosten begon te donderjagen ben ik hals over kop naar Londen gegaan om aan H.M. de Koningin en Prins Bernhard ontslag aan te vragen uit de R.A.F, om met het detachement naar Indië uitgezonden te worden. Ik kreeg ten antwoord, dat ik meer waard zou zijn indien er een pair of silver wings op mijn borst geprikt waren, want dergelijk mensen hadden ze harder nodig dan troepenofficieren. Een lange tijd heb ik nog met overste Meijer en Kapitein Pel van het Indische Leger gesproken, deze gelukkige kerels gaan zeer binnenkort naar Negrie Djawa toe."

 

uit het 'dagboek' van Rudy Burgwal (geschonken door de familie Leidelmeijer in Den Haag aan het NIOD)

 

JULIANA DESSAUVAGIE

De moeder van Rawindro Noto Soeroto heeft tijdens de oorlog in concentratiekamp Ravensbrück gezeten. Zij heeft verteld dat tijdens een een appèl op 9 februari 1945 mevrouw Dessauvagie, ook uit Den Haag, naast haar stond. Die mevrouw werd onwel, waarna ze door de kampbeulen meteen van de anderen werd gescheiden en vergast.

 

Het archief van het Oranjehotel, de strafgevangenis in Scheveningen waar zij heeft vastgezeten, bevat een foto van Juliana Wilhelmina Dessauvagie-van der Noorda (Makassar, 27 maart 1885),. Op internet trof ik informatie over haar zoon Fred Dessauvagie (Den Haag, 3 april 1918). Hij was Engelandvaarderen is na de oorlog naar Australië geëmigreerd. Zouden zijn kinderen weten waarom hun oma op een dag verdween, in ‘Nacht und Nebel’, zoals men placht te zeggen?
Kennelijk was dat gebeurd in het kielzog van de arrestatie van KNIL-kapitein Latuperisa en andere leden van de Ordedienst, staat in een publicatie over deze organisatie. Zouden er soms bij mevrouw Dessauvagie wapens zijn ondergebracht, of onderduikers? Het is heel goed mogelijk, verzetsmensen zoeken immers hulp bij familie en vrienden. Als zovelen een Indische en KNIL-connectie hebben, logisch dat de steun uit eigen kring komt.

 

uit een artikel van Herman Keppy in Moesson, mei 2014

douwkrap

CHARLES DOUW VAN DER KRAP

Marineofficier Charles 'Sikki' Douw van der Krap (Soerabaja, 8 oktober 1908 – Wassenaar, 9 december 1995) is in Rotterdam in functie als die stad wordt gebombardeerd door de Duitsers op 14 mei 1940. Na de capitulatie weigert hij de 'Erewoordverklaring' van de Duitsers te tekenen en wordt daarom gevangengezet. Hij zit onder meer vast in het beruchte 'Colditz' en heeft dertien ontsnappingspogingen op zijn conto staan, als de veertiende tenslotte lukt, uit Stanislau in 1943. Als verzetsstrijder neemt hij deel aan de Slag om Arnhem en raakt hij betrokken bij de geslaagde vlucht van een geallieerde groep over de Rijn (Operatie Pegasus 1).


uit het boek 'Contra de Swastika' geschreven door Charles van der Douw van der Krap, Van Holkema & Warendorf, 1981

 

slametfaiman
        Linksonder: Slamet Faiman (rechts: M.Hatta)

SLAMET FAIMAN

Raden Slamet Faiman (Karang Anjer, 3 september 1909 – Amsterdam, 10 september 1985) was actief lid van de Indonesisch nationalistische Perhimpunan Indonesia en communist. Bij het uitbreken van de oorlog woont hij in de Van Eeghenlaan 4 in Amsterdam. Zijn zoon Iwan vertelt: "Hij behoorde al voor de oorlog tot de groep van Indonesiërs die ageerden tegen het opkomend fascisme. Ik bezit het rapport van de Stichting '40-'45 en daaruit blijkt dat mijn vader zich voornamelijk bezighield met het laten onderduiken van Joden; plekken verzorgen en vervalsen van identiteitsbewijzen. Hij was behoorlijk actief met het helpen aan onderduikadresssen ook op de plekken waar hij zelf verbleef. Irawan Soejono bijvoorbeeld was bij hem ondergedoken geweest, voordat hij werd doodgeschoten door de Duitsers. Een andere onderduiker was de joodse echtgenote van een Indonesiër: C. Notohadinegoro-Brilleman. Er is ook een verklaring van Bert Schierbeek, de schrijver, waarin staat dat een zekere Dick ter Beek die militaire objecten had gefotografeerd bij mijn vader was ondergebracht."

 

uit interview van Herman Keppy met Iwan Faiman

 

rudyjansz

RUDI JANSZ

Ernst Jansz citeert in zijn boek 'Molenbeekstraat' onder meer uit brieven van en naar zijn vader Rudi Jansz (Batavia, 1915 - Amsterdam, 1965) : "Wat opvalt is dat vrijwel alle illegale werkers die genoemd worden, van Indische of Indonesische afkomst zijn. In een brief aan zijn ouders schrijft mijn vader:
Ik organiseerde in de provincie Zuid-Holland en Utrecht de distributie van het illegale nieuws uit Londen. Medio '44 bouwde ik met Tutti (Rutger Webb - HK) een eigen groep op bestaande uit een spionageploeg en een zgn. knokploeg (KP, dat is een verzetsgroep, die distributiekantoren overvalt en om distributiekaarten te bemachtigen voor de onderduikers).
Ook de knokploeg die hier ter sprake komt, bestaat geheel uit Indische jongens en meisjes uit Den Haag. Zijn beide vrienden Tutti Webb en Lex Dekens, zijn er lid van. Ook het zusje van Lex, Maud doet evenals mijn moeder mee aan de overval op het distributiekantoor aan de Copernicusstraat te Den Haag, die bedoeld is als vingeroefening voor de grote overval op de gevangenis aan de Weteringschans om mijn vader te bevrijden."


uit het boek 'Molenbeekstraat' van Ernst Jansz, In de Knipscheer, 2006

 

       

        Copernicusstraat nu

MAX KAYA

Felice Mostert-Kaya: "Mijn broer was koerier en dat ging allemaal in het geniep. Ik interesseerde me er wel wat voor, maar nooit zoveel. Ik werkte bij de gemeente en toen hebben ze die overval gepleegd, op de Copernicusstraat (distributiekantoor – HK). En toen moest die hele club onderduiken. En eh... dat was onder anderen mijn broer. Maar dat wist ik toen niet. (...) Toen moesten ze onderduiken."

 

Kunt u zeggen, wie, wie waren ze. Met hoeveel waren ze, waren het jongens, Nederlanders, Indo's?

 

"Ja, Nederlanders, Nederlanders, het was een Verzetsgroep. Maar zij moesten dat natuurlijk geheimhouden, ook tegenover mij (in tegenstelling tot wat mevrouw Mostert beweert, heeft deze knokploeg die op 24 augustus 1944 het distributiekantoor in Den Haag overvalt een hoge, misschien wel geheel Indische component. Naast haar broer Max Kaya (Kaya is een Molukse naam), noemt zij later een ander Indisch lid, Lex Dekens. Ook de op 5 september 1944 in Vught omgebrachte leider, Rutger ´Tutti` Webb, is een op Sumatra geboren, Indische man – HK

 

interview van Herman Keppy met Felice Mostert-Kaya voor www.getuigenverhalen.nl

 

andakerkhoven

ANDA KERKHOVEN

Anda Kerkhoven (St. Cloud 10 april 1919 – Glimmen, 19 maart 1945), is telg van een bekende Indische familie in de thee Zij studeert in Groningen als de oorlog uitbreekt. Al snel treedt zij toe tot een verzetsgroep, die zich bezighoudt met het vervalsen van voedselbonnen en persoonsbewijzen. Vlak voor de Bevrijding wordt zij gefusilleerd. Neef Vincent Kerkhoven heeft veel informatie over zijn tante verzameld en onderhoudt een website ter ere van haar.

 

"Men bewerkte haar met gummistokken, keer op keer, totdat de huid van haar rug zwart zag van de onderhuidse bloedingen; als ze in zwijm viel, stuurde men de daartoe opgehitste honden op haar af, en als ze dan weer was bijgekomen, viel de gummistok opnieuw. Men stopte Anda afwisselend in hete en koude baden; en op al deze folteringen volgde dan een verblijf in de donkere strafcel, dagenlang zonder eten of drinken."

ooggetuigeverslag in Het Parool, 21 juli 1945

 

hanskerkhoven

HANS KERKHOVEN

Net als zijn nicht Anda die hij nooit heeft gekend, is Hans Kerhoven (Gambung, 26 december 1925) een kleinkind van een van de Heren van de Thee uit het boek van Hella Haasse. Na de landing van geallieerden bij Arnhem, raakt hij met zijn oudere broer betrokken bij de poging om parachutisten te evacuëren. Een (mislukte) actie die bekend is geworden als Operatie Pegasus II. Emile Kerkhoven en zijn jongere broer Hans gidsen een groep soldaten van Meulunteren (Veluwe) over onder meer hun eigen landgoed, met als doel de Rijn over te steken. In de duisternis van de nacht, raken de broers elkaar kwijt bij een omtrekkende manoeuvre rond een post met Duits afweergeschut.

 

Hans Kerkhoven: "Ik heb nooit meer iets van hem gehoord. Totdat we in, in augustus 1945 een advertentie hebben laten zetten in The Times in Londen en daarop kwam een brief. O, niet één, een aantal brieven. Maar ik heb er één bewaard. En die was van de dokter die door een parachutist die mijn broer gevonden had, gehaald was. En die hem toen verder verpleegd heeft.
Mijn broer was dodelijk gewond. In zoverre, hij is nog geopereerd, volgens het verhaal van die arts. Maar, hij beweert dat mijn broer in Ede in een hospitaal heeft gelegen en dat is niet het geval, want hij heeft in Apeldoorn in een Duits hospitaal gelegen. En hij is uiteindelijk daar begraven."

interview van Herman Keppy met Hans Kerkhoven voor www.getuigenverhalen.nl

 

RADIO NEDERLAND WERELDOMROEP

"Herman Keppy yang meneliti perlawanan warga asal Hindia di Belanda menegaskan bahwa para mahasiswa Indonesia yang menuntut ilmu di Belanda sangat sadar atas perkembangan dunia. Dalam penerbitan PI tertera bahwa mereka tetap memperjuangkan kemerdekaan Indonesia. Tetapi fasisme mengancam, jadi diputuskan untuk memihak sekutu melawan fasisme. Jadi terlebih dahulu mengalahkan fasisme, setelah itu baru memperjuangkan kemerdekaan Indonesia."


 

 

"Herman Keppy die onderzoek heeft gedaan naar het verzet van mensen uit Nederlands-Indië zegt dat onder de studenten die in Nederland waren voor studie veel kennis was over wat zich in de wereld afspeelde. Het streven van de Perhimpunan Indonesia (politieke Indonesische vereniging waar vooral studenten lid van waren) bleef de strijd voor de vrijheid van Indonesië. Maar het fascisme was een grote dreiging, daarom werd het primaire streven losgelaten om eerst te vechten tegen het fascisme. Zo gauw het fascisme was overwonnen, zou de strijd voor de vrijheid van Indonesië worden hervat."

 

uit interview van Joss Wibisono voor de Indonesische afdeling van Radio Nederland Wereldomroep, 4 mei 2012 

 

RACHMAD KOESOEMOBROTO

Ontmoet de Joodse zusjes Emi and Miri Freibrunn (op de foto in de voorgrond). Zij woonden in Amsterdam tijdens de Bezetting. Voor ongeveer een jaar zijn zij op de Veluwe in veiligheid gebracht door de Indonesiër op de achtergrond, Rachmad Koesoemobroto. Zijn Nederlandse verloofde, Nel van den Bergh (rechts), werd later gearresteerd en vermoord in Kamp Vught. De kinderen overleefden de oorlog en wonen nu in Israel. Bapak Koesoemobroto, bij het uitbreken van de oorlog student rechten, keerde na de Bevrijding (van Nederland en zijn eigen land) terug naar Indonesië.

 

Met dank aan Murjani Kusumobroto

 

eddylatuperisa

EDDY LATUPERISA

KNIL-kapitein Eddy Latuperisa (Koedoes, 9 april 1902 – Leusderheide 29 juli 1943) staat in Den Haag in direct contact met een van de hoofdfiguren van de (illegale) Ordedienst, jonkheer Johan Schimmelpenninck. In opdracht van deze Schimmelpenninck organiseert hij onder meer bridgeavonden, die in feite zijn bedoeld om cadetten van de officiersopleiding en adelborsten (aspirant zeemachtofficieren) tot de Ordedienst toe te laten treden. Hij zou ook trachten om wapens en een wapenopslagplaats te regelen, met geld van Schimmelpenninck.
Latuperisa is betrokken bij de poging van drie mannen (de Indische Peter Tazelaar, Wiardi Beckman en Frans Goedhart) om in de nacht van 17 op 18 januari 1942 vanaf Scheveningen naar Engeland te vluchten. De poging mislukt, Tazelaar ontkomt aan de Duitse soldaten, maar de andere twee worden opgepakt.

 

Ook Latuperisa wordt gevangengezet en na het Tweede OD-proces ter dood veroordeeld. Onder een fragment uit de laatste brief aan zijn gezin:

"Ik ben volkomen bereid te gaan in de volle overtuiging dat Hij jullie genadig zal zijn en naast jullie zal blijven en het volle besef ook, dat Hij mij met liefde zal vergeven, alles wat ik in mijn leven hier op aarde heb misdreven."


uit onderzoek van Herman Keppy

 

PARLINDOENGAN LOEBIS

Parlindoengan Loebis (Batang Toru, 30 juni 1910 - 31 december 1994), voorzitter van Perhimpunan Indonesia schrijft in 1938 in het jubileumnummer van het orgaan 'Indonesia': "De onmiddelijke taak van de nationale beweging in Indonesia in deze ernstige periode van opmars van het internationale fascisme is als onderdeel van de strijd in de richting der onafhankelijkheid van het land, de strijd tegen de toenemende fascistische bedreiging, voor het behoud en voor de bevordering van de democratie en de vrede. Van binnen uit wordt Indonesia bedreigd door de toenemende activiteit van de Nationaal-Socialistische Beweging en van buiten vooral door de agressieve plannen van Japan en de annexatie-lusten van Duitsland. De directe gevaren voor Indonesia, die verbonden zijn aan de fascistische agressie, worden door vele voormannen van onze nationale beweging nog zeer onderschat."


Loebis, een huisarts van Batakse afkomst trouwt in 1941 met Jo Soumokil, een Molukse. Ze verhuizen naar een woning aannex praktijk in Amsterdam, waar hij drie maanden later, op 26 juni 1941 wordt gearresteerd door twee Nederlandse rechercheurs. Via de kampen Schoorl en Amersfoort overleeft hij de verschrikkingen van meerdere concentratiekampen in Duitsland (Buchenwald en het Heinkelkamp nabij Sachsenhausen).

 

Uit '30 jaar Perhimpunan Indonesia, 1908-1938' en 'Orang Indonesia di Kamp Konsentrasi NAZI' (kommunitas bambu, Jakarta 2006)

FONS LOOHUIZEN

In de bomenbuurt in Den Haag woonde de familie Loohuizen. Vader was een autochtone Nederlander, moeder een Molukse (Anaatje Magdalena Noya). Een van de zonen, Alphonso Julius (Semarang, 30 april 1917), die 'Fons' werd genoemd, wist tijdens de oorlog Engeland te bereiken. Daar werd hij opgeleid tot vliegenier. En hij kwam ook daadwerkelijk in actie voor het 320 Squadron van de RAF. Tijdens een bombardementsvlucht op 24 juni 1944, werd de Mitchell waarin hij vloog getroffen door Flak-afweergeschut boven Chateau d'Ansennes. Het vliegtuig had de bommen nog niet afgeworpen en explodeerde. Fons en zijn collega's hadden geen schijn van kans.

 

Uit onderzoek van Herman Keppy

 

HUMPHREY MAX MACARÉ

Welke geniale gedachte school er achter om een duidelijk Indisch ogende marconist voor spionagedoeleinden boven Steenwijk te parachuteren? Om niet op te vallen tussen blonde boeren? We zullen nooit weten hoe het zou hebben uitgepakt. Want Humphrey Max Macaré (Bandung, 12 oktober 1921) werd op de dag van zijn dropping, 24 oktober 1942, al opgewacht door een Duits ontvangstcomité, dat dankzij het op volle toeren draaiende Englandspiel op de hoogte was van zijn komst. Macaré werd gevangengenomen en uiteindelijk afgevoerd naar Polen, waar hij op 30 april 1944 werd gefusilleerd.

 

uit onderzoek van Herman Keppy

 

TOLE MADNA

Gitel Münzer, een Joodse vrouw in Den Haag die oorspronkelijk uit Polen kwam, zocht tijdens de oorlog een plaats waar zij haar kinderen kon verbergen. Haar twee dochters werden ondergebracht bij een katholiek echtpaar. Nu moest alleen nog een onderdak worden gevonden voor haar negen maanden oude jongetje. Toen hij werd gevraagd om voor Alfred Münzer te zorgen, twijfelde de Indonesiër Tolé Madna (Maos 1898-1992) geen moment. Hij en zijn kindermeisje Mima Saïna de kleine drie jaar onder hun hoede. De meisjes Münzer werden toch aangegeven door de man van het echtpaar waar zij waren ondergebracht. Ze zijn op transport gesteld en vergast. Hun vader overleed elders in een concentratiekamp. Maar Gitel keerde terug uit kamp Ravenbrück. En zij kon logeren bij Tole Madna, zodat haar zoon aan haar kon wennen. Later verhuisden moeder en zoon naar een eigen flat. Zij emigreerden in de jaren vijftig naar Amerika, maar hebben het contact altijd onderhouden met de familie Madna.

 

Met dank aan Alfred Münzer

VICTOR LUCAS MAKATITA

Verzetsman Gerard Dogger krijgt tijdens de oorlog een cadet-sergeant als bodyguard toebedeeld. "Hij heet Makatita en is pikzwart; uit de West. Hij is een vrolijke vent met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Zijn Hollands is echter nog wat gebrekkig," aldus Dogger in zijn memoires. Makatita komt echter helemaal niet uit de West, maar uit de Oost. Hij is een Molukker, geboren in Batavia op 30 april 1919 en of zijn Hollands zo gebrekkig is, valt sterk te betwijfelen. Want behalve dat hij al twee jaar daarvoor is gaan studeren aan de KMA, werd er thuis misschien met Indisch accent, maar toch Hollands gesproken. Makatita voetbalt bij HV&CV Quick in Den Haag, opnieuw een Nederlandstalige omgeving.

 

Makatita onderneemt met een mede-cadet en een journalist eveneens de gevaarlijke reis. De route die zij door Frankrijk volgen, is echter bekend bij de Duitsers, vlak daarvoor is een ander groepje vluchtelingen onderschept bij Dijon. Makatita en zijn vrienden overkomt hetzelfde lot. Ze worden op 9 april 1942 gefusilleerd.

 

uit onderzoek in onder meer 'De vierkante maan ' en 'Moluks Verzet WO II'

 

        Stoffelijke resten in 2011 herbegraven op Nederlands Ereveld Loenen

RAWI NOTO SOEROTO

Raden Mas Rawindro Noto Soeroto (Den Haag, 11 oktober 1918 – Laren, 30 oktober 1945) is de zoon van een ooit in Nederland zeer bekend Indonesisch dichter en politicus. Hij richt tijdens de oorlog met vrienden een verzetsgroep op. Die wordt al vroeg opgerold. Rawi belandt in het beruchte Oranjehotel.


“De beschuldigde Noto Soeroto is een vriend van de beschuldigde Eenhoorn, die ook de deknaam Makke heeft (…). Eenhoorn vroeg de beschuldigde Noto Soeroto of hij ertoe bereid zou zijn om mee te werken als tussenpersoon voor de ontvangst van brieven en berichten. De beschuldigde Noto Soeroto zegde zijn medewerking toe. Vervolgens werden de beschuldigde in de volgende periode enige schetsen, tekeningen en berichten toegezonden, in totaal ongeveer zes of zeven keer, gedeeltelijk via de post, en tekeningen gedeeltelijk via een zekere Bakker. Berichten en schetsen over militaire stellingen in Scheveningen, Den Haag. Ook berichten over de productie van belangrijke zaken voor de strijdkrachten in Duitsland. De beschuldigde gaf (…) deze door aan Eenhoorn”.


Vertaald uit het Duitse proces verbaal van 24 september 1941 (NIOD, AuB183/41).

 

HET PAROOL

"Herman (op de foto met Iwan Faiman) over Indonesische verzetsstrijders in Amsterdam: "Ze waren door hun eigen onafhankelijkheidsstrijd nauw gelieerd aan de Communistische Partij, de enige partij die het met hen eens was. Vanwege hun onafhankelijkheidsstrijd werden zij na de oorlog in Nederland uitgekotst."

 

Het Parool van dinsdag 29 april 2014  

 

JAN NOUT

Jan Nout (Semarang, 7 januari 1920) was evenals zijn broer Arie lid van de Ordedienst die begin 1942 in snel tempo dreigt te worden opgerold. Jan komt terecht in het Oranjehotel en wordt vandaar naar Sachsenhausen gebracht, waar hij wordt gefusilleerd. Zijn afscheidsbrief ontvangt zijn moeder Lien Nout-Mandagi, een Menadonese, pas acht maanden na zijn dood.


"Ziehier dan mijn allerlaatsten brief aan U. De slag is gevallen. Morgenochtend om 4 uur zal het vonnis door middel van den kogel worden voltrokken. Een schier ondragelijk vooruitzicht. Maar ook deze laatste uren zullen wij met Gods hulp moedig doorkomen. Lieve Ma, zult U dit leed ook flink onder oogen zien? U bent toch ook soldatenvrouw en ik sterf toch den soldatendood.’ (...)
Lieve Ma, ik kan zoo moeilijk van U scheiden op papier, maar het moet. Dan nogmaals alle dank voor het goede en nedrig vergiffenis voor mijn zonden aan U en pa begaan. Een lange, laatste zoen van Uw berouwvollen zoon Johan."

 

uit een blog van journalist Werend Griffioen, neef van Jan Nout, 4 mei 2010

        Brief uit Buchenwald van Donald Poetiray

DONALD POETIRAY

Mevrouw Ans Poetiray (Weltevreden, 1927) woonde tijden de oorlog in Den Haag en vertelt over haar broer Donald Poetiray (Batavia, 21 juli 1922 – Den Haag, 3 oktober 2005): "Donald maakte deel uit van de estafetteploeg 4 x 100 meter, die kampioen was van Nederland. Hij startte en de snelste finishte, Albert Spree, een Indische jongen. Samen met Albert is hij gevlucht, maar bij Compiëgne in Noord-Frankrijk zijn zij onderschept. Misschien was het verraad.

 

Donald is naar kamp Buchenwald overgebracht. Albert Spree kwam terecht in Ravensbrück, kreeg al snel een darminfectie waaraan hij is overleden. Via het Rode Kruis ontvingen we brieven van Donald. We mochten hem zelfs pakketjes sturen. Hij was immers bruin, geen Nederlander, maar Nederlands onderdaan, dus op zich geen vijand van Duitsland. De andere gevangenen hadden geen contact met het thuisfront. Mijn broer schreef dan bijvoorbeeld aan mijn moeder of ze naar die goede tante Hendrien op dat en dat adres wilde gaan, want hij had daar altijd zo graag gelogeerd. Dat bleek voor mijn moeder een wildvreemde vrouw, die een zoon miste. Van mijn moeder vernam die vrouw dan dat haar zoon nog leefde en in Buchenwald vastzat."


uit interview van Herman Keppy met Ans Poetiray in De Groene Amsterdammer, mei 2007

 

evypoetiray

EVY POETIRAY

Evy Poetiray (Besoeki, 13 januari 1918): "Wij Indonesische studenten waren zeer intiem met de makers van de illegale bladen Vrij Nederland, De Waarheid en Het Parool. In die tijd is een van de Indonesische studenten, Irawan Soejono, in Leiden doodgeschoten bij zo'n transport. Het was erg gevaarlijk, maar ik was jong en ik durfde.
Als ik aan de oorlog denk, denk ik aan honger, honger, honger. Misschien kan je daar een grappig verhaal over opschrijven. Wij kregen op een gegeven ogenblik iedere dag alleen een bordje aardappelschillensoep. het was ten minste warm. En je kreeg een brood voor de hele week. Daarnaast kon je met je rantsoenbonnen een beetje suiker en aardappelen en kolen krijgen.


Toen Irawan Soejono in Leiden was vermoord, zijn we op de fiets naar Leiden gegaan: drie jongens en drie meisjes. Wij achter 'bonceng' (meeliften), op fietsen zonder banden. Een van die vrouwen, Elly Soumokil, had net een baby van drie maanden, maar zij moest en zou mee naar Leiden gaan. Zij heeft haar zoontje naar een nicht in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam gebracht en zij is op weg gegaan naar Leiden.
We vonden onderdak in Oegstgeest. Daar waren acht jongens van ons onderdoken. Een van hen was Frits Harahap. Zij zaten in het verzet, met de taak om distributiekantoren te overvallen, om distributiebonnen te stelen."

uit interview van Herman Keppy met Evy Poetiray in Jakarta:
getuigenverhalen.nl

 

Henk Poetiray in de Haagse Bomenbuurt


HENK POETIRAY

De Molukse jongen Henk Poetiray wordt op 19 maart 1942 achttien jaar in Den Haag. Een paar dagen daarna is hij verdwenen, op Engelandvaart. Zijn familie verneemt na enige tijd dat hij met veel moeite Zwitserland heeft bereikt.


Vanuit dat land vlucht Henk met zijn vriend Paul van der Bilt over de Dolomieten. Maar de Italiaanse gendarmerie pakt de jongens op en draagt hun over aan de Duitsers. Henk belandt in Berlijn, waar hij in een fabriek moet werken. Hij maakt de verschrikkelijke bombardementen op de stad mee en de hevige strijd van straat tot straat. Uiteindelijk wordt hij door de Russen bevrijd.

 

Poetiray emigreert na de oorlog naar Amerika waar hij aanvankelijk carrière maakt, totdat de oorlogstrauma's gaan spelen. In zijn laatste levensjaren is hij een man die slechts weinig mensen duldt en slechts weinigen dulden hem. Tot groot verdriet van zijn familie en vrienden. Hoe een oorlog een lieve en dappere jongen alsnog kan kapotmaken. Op 30 augustus 2014 is Henk Poetiray overleden in Denver, Colorado. Hij is negentig jaar geworden.

 

djajengstenniepratomo

        Djajeng en Stennie Pratomo

DJAJENG PRATOMO

Raden Mas Djajeng Pratomo (Dagan Siapiapi, 22 februari 1914):
"Pada bulan Juni 1941, Sicherheitsdienst (SD) dari kaum nazi mengadakan penggeledahan di berbagai tempat tinggal mahasiswa Indonesia di Leiden. Mereka mencari empat anggota pimpinan dari grup perlawanan Indonesia 'Perhimpunan Indonesia'. Dua di antara mereka tertangkap, yaitu R.M. Sidartawan dan P. Lubis, sedang yang lain dapat meloloskan diri.
Pagi-pagi hari tanggal 18 Januari 1943 SD mengadakan penggeledahan kembali di tempat tinggal orang-orang Indonesia di Den Haag. Mereka menangkap dua orang mahasiswa dan dua orang buruh: R.M. Sundaru, R.M. Djajeng Pratomo, Kajat, dan Hamid. Empat orang tawanan ini diseret dari kamp konsentrasi yang satu ke kamp yang lain: Schoorl, Amersfoort, Vught, Neuengamme, Buchenwald, Oranienburg-Saxenhausen, Dachau. Dua orang dari mereka tewas karena siksasn dan penderitaan di kamp-kamp tsb. Sidartawan di Dachau dan Mun Sundaru di Neuengamme."

 

"De Sicherheitsdienst (SD) van de Nazi's deed in de maand juni 1941 een inval in een Indonesisch studentenhuis in Leiden. Zij zochten vier bestuursleden van Perhimpunan Indonesia (Indonesische Vereniging). Twee hadden zij reeds gearresteerd, namelijk Raden Mas Sidartawan en Parlindoengan Lubis die zij elders hebben opgepakt.
In de ochtend van 18 januari 1943 voerde de SD opnieuw een huizoeking uit in een woning van Indonesiërs in Den Haag. Zij arresteerden twee studenten en twee Indonesische arbeiders: Raden Mas Sundaru, Raden Mas Djajeng Pratomo, Kajat en Hamid. Deze vier gevangenen werden van het ene concentratiekamp naar het andere gesleept: Schoorl, Amersfoort, Vught, Neuengamme, Buchenwald, Oranienburg-Saxenhausen, Dachau. Twee van hen overleden als gevolg van de mishandelingen en ontberingen in de kampen, te weten Sidartawan in Dachau en Mun Sundaru in Neuengamme."

 

uit een geschreven verklaring van Raden Mas Djajeng Pratomo

 

MIMA SAINA

Mima Saïna kwam als inwonend kindermeisje in dienst bij de familie Madna in Den Haag. Tole Madna scheidde echter in 1936 van zijn vrouw. Twee dochters bleven bij de moeder en de zoon ging met het kindermeisje bij de vader wonen. Vader, Tole Madna, werd zo'n vijf jaar later gevraagd om voor een negen maanden oud Joods jongetje te zorgen. Hij twijfelde geen moment. Drie jaar lang wierp hij zich op als vader en Mima als moeder. Tole's zoon werd de oudere, zorgzame broer. Toen de echte moeder van Alfred terugkeerde uit de oorlog, had het jongetje helemaal geen herinneringen aan haar. Om haar zoon te laten wennen, werd zij daarom gevraagd om bij de Madna's in te trekken. Tragisch genoeg overleed Mima Saïna plotseling, enige maanden nadat Alfreds echte moeder was teruggekeerd. Alfred herinnert zich nog dat mama Mima altijd het slaapliedje Nina Bobo voor hem zong. Boven staan zij samen op de foto.

 

Met dank aan Alfred Münzer

        Verzetsvrienden Frans Goedhart en Setiadjit in 1947

SETIADJIT SOEGONDO

Ondergedoken in Amsterdam, heeft Raden Mas Setiadjit Soegondo (Dengon, 7 juni 1907), voorzitter van Perhimpunan Indonesia. vijf jaar lang leiding gegeven aan het Indonesisch verzet in Nederland.
Naast het sturen van de Indonesische verzetsorganisatie, schreef Setiadjit tijdens de oorlog onder meer voor Vrij Nederland. Na de oorlog kreeg hij een zetel in de Tweede Kamer, maar vertrok al snel naar Indonesië, waar hij het voorzitterschap op zich nam van de socialistische Partai Buruh Indonesia. Hij werd benoemd tot vice-president in het kabinet Sjarifoeddin. Bij het neerslaan van de communistische opstand onder Muso, aan wiens kant hij zich had geschaard, werd Setiadjit op 20 december 1948 omgebracht door de TRI.

 

uit onderzoek van Herman Keppy

wimsiahainenia

WIM SIAHAINENIA

Korporaal machinist Wim Siahainenia (Kwari, 21 juni 1914 – Den Helder, 21 april 1987) is na de slachting in de Javazee naar Tjilatjap geëvacueerd en met de mijnenveger Willem van der Zaan uitgeweken naar Colombo. Hij vertrekt naar Schotland om als stoker te werken aan boord van de onderzeër O 15.
Zijn angstigste moment maakt hij mee na een aanval in een Noors fjord. "We werden opgewacht door een Duits eskader en achttien uur lang zijn we, met tussenpozen, bestookt met dieptebommen. Gelukkig stond er een sterke stroming, zodat we heel stil varend konden ontsnappen, alleen met onze elektromotor aan. Dat heet sluipvaart en dan hoor je de schroef van de schepen boven je en al die ontploffingen. Ik was de enige Ambonees aan boord, maar er waren ook Javanen en Menadonezen.
Via het Rode Kruis is er een bericht verstuurd naar mijn vader, dominee op de Molukken: 'Uw zoon vermist, waarschijnlijk gesneuveld.' Hij heeft het nooit geloofd en was eigenlijk niet verbaasd toen ik na de oorlog opeens weer voor hem stond."


uit 'De Laatste Inlandse Schepelingen' van Herman Keppy, Focus, 1994

 

fritscorspook

        Frits en Cor Spook

FRITS EN COR SPOOK

Cor Spook (tegenwoordig 'Spoke' gespeld, Pematang Siantar, 18 maart 1923) vertelt: "Mijn oudste broer Frits (Batavia, 5 september 1920) werd opgepakt door de Duitsers. Er was iemand gedood en ze dachten dat hij daar misschien iets mee te maken had. Maar dat konden ze niet bewijzen. So… hij was vrij lang in de gevangenis, totdat hij uiteindelijk werd vrijgelaten. Mijn broer Nico is het hospitaal in geslagen door the brownshirts (de Duitse WA – HK). Ik heb drie weken in het Oranjehotel vastgezeten (de gevangenis in Scheveningen – HK). Dat was na een actie van studenten en scholieren. We hadden gehoord dat er een bijeenkomst zou zijn van NSB-ers in Den Haag. Wij wilden deze NSB-ers een goed pak slaag geven. Maar de Duitsers kwamen erachter en ze wachtten ons op met machinegeweren op de daken. We zijn allemaal opgepakt. Na drie weken hebben ze me vrijgelaten, waarschijnlijk omdat ik pas zeventien was. Maar wij broers wisten dat we weer in troubles zouden komen, als we in Nederland zouden blijven.”


Frits vertrekt in 1941 al eerste, maar niet nadat hij zijn broers Nico en Cor valse papieren heeft bezorgd om door Frankrijk te reizen. Nico, Cor en een vriend beginnen in februari 1942 aan hun Engelandvaart. Als proviand nemen zij roggebrood, kaas en honing mee. Kleding? Slechts wat zij aanhebben.


uit interview van Herman Keppy met Cor Spoke in Moesson, juli 2010

 

DEN HAAG CENTRAAL

Hun verhaal moet echt verteld worden, want er is volgens Keppy té weinig aandacht voor het Indische verzet. “Er is bijvoorbeeld geen enkel monument in Den Haag dat herinnert aan de grote inbreng van de Indische gemeenschap aan het verzet. In de Reinkenstraat woonde de Indische verpleegster Mies Walbeehm die 24 Joden in haar huis verborg. Er is wel een herdenkingsplaat te vinden in de straat, maar haar naam is nergens terug te lezen. Dat is toch ongelooflijk? Het zijn helden en die moet je eren. Maar tegelijkertijd: je kunt ze pas eren als je ze kent. En daar probeer ik verandering in te brengen.”

 

Interview door Alexandra Sweers in Den Haag Centraal, 30 mei 2014 

 

ALBERT SPREE

Albert 'Ab' Sprée (Magelang, 18 september 1922) is een nationaal topsprinter van V&L (Vlug en Lenig) uit Den Haag. Nationaal juniorenkampioen in 1939, 1940 en 1941. Tijdens de oorlog ontvlucht hij Nederland met V&L-maatje Donald Poetiray om via Zwitserland te pogen Engeland te bereiken. Dit om zich aan te sluiten bij de geallieerde strijdkrachten. Helaas faalt deze proging. Donald beland in Büchenwald, maar overleeft het. Zijn Indische vriend Albert Spree overlijdt al snel na een ziekte in kamp Ravensbrück, op 29 juli 1943.

 

Met dank aan atletiekhistorici.nl

pierreversteegh

PIERRE VERSTEEGH

Luitenant-kolonel der Koninklijke Marechaussee Pierre Marie Robert Versteegh (Kedoengbanteng 6 juni, 1888 – Sachsenhausen 3 mei, 1942) was beroemd als dressuurrijder. Hij maakte deel uit van de Nederlandse equipe die brons wist te winnen op de Olympische Spelen van Amsterdam in 1928; hij kwam ook uit op twee onderdelen tijdens de Spelen van 1936 in Nazi-Duitsland. Versteegh, een Indo, wordt in het begin van de Bezetting benoemd tot chef staf van de (illegale) Ordedienst. Dat is hij niet lang, al snel en ook nog op de dag dat zijn dochter in het huwelijk treedt, wordt hij gearresteerd in zijn woning in Bussum. Na een rechtszaak, bekend als het eerste OD-proces, krijgt hij de doodstraf, die op 3 mei 1942 wordt voltrokken in Sachsenhausen.

 

uit onderzoek van Herman Keppy, artikel is 26 april 2012 geplaatst op javapost.nl

 

frankvoogt

FRANK VOOGT

Een van die vliegers, die niet terugkwam, is Fons Loohuizen. Die heeft u gekend hè?

 

Voormalig telegrafist-schutter Frank Voogt (Cheribon, 23 juni 1923 – Den Helder, 17 oktober 2009) knikt: "Ja, ik heb ‘m uit elkaar zien vliegen." (,,,)

 

"Ah, wanneer een vliegtuig getroffen wordt, dan ga je tellen, die parachutes. Zie je er vier parachutes uit, dan weet je: safe. Maar als er drie d'ruit, dan weet je niet wie er gebleven is. Ja? Dat is het juist. En, je bent aangedaan, maar op een gegeven moment wordt je zo bot als een botte bijl. Eh, ik slof, (maakt wegwerpgebaar) hij niet.

 

In het geval van Loohuizen, geen parachutes, neem ik aan?

 

"Neehee! Loohuizen, Sluis, Keppler en nog een (…) Hilliger, dat weet ik nog."

 

U weet het nog precies, dus het heeft wel indruk op u gemaakt?

 

"Het is in je kop gegrift."

interview met Herman Keppy voor www.getuigenverhalen.nl

 

        Onderduikadres Reinkenstraat 19

MIES WALBEEHM

"In 1942-1943 heeft mevrouw Sara Walbeehm (...) in haar flat Reinkenstraat no.19 te 's Gravenhage onderdak verleend aan een groot aantal ondergedoken joden. In de nacht van 22 op 23 maart 1943 hebben Kock en zijn medewerkers een inval bij haar gedaan, en alle op dat ogenblik aanwezige joden (25 personen, onder wie een baby) en mevrouw Walbeehm zelf meegnomen. Van de joden is niemand teruggekeerd."


Bovenstaand citaat is afkomstig uit het Weinreb-rapport dat in 1976 is verschenen. Sara Maria 'Mies' Walbeehm (overleden in 1981) was een Indische verpleegster, die voor haar inzet voor deze onderduikers (het aantal werd later bijgesteld tot 24) werd gemarteld in de gevangenis van Scheveningen en in Kamp Vught werd geïnterneerd. In 1944 kwam zij echter weer vrij, het belette haar niet om zich opnieuw te kommeren om onderduikers.

 

uit onderzoek van Herman Keppy bij het NIOD

RUTGER WEBB

De jurist Rutger Webb (Sigli, 2 november 1914) is de leider van de knokploeg die op 24 augustus 1944 het distributiekantoor in de Copernicusstraat in Den Haag overvalt. De overval slaagt, maar Webb wordt gearresteerd. Rutger of ‘Tutti’ was de boezemvriend van Rudi Jansz (de vader van musicus Ernst Jansz) die aanvankelijk ook deel uitmaakte van de knokploeg.

 

Jopie Jansz (moeder van Ernst): "Ik word weer uit mijn cel gehaald en naar een kamertje gebracht, vanwaar je op de binnenplaats kunt kijken. Hij zegt: 'Gaat u daar es even staan. Kijkt u es even. Dat is T.' Het is hem. Tutti. De oude Indische dame naast mij begint vreselijk te huilen. Het is afgrijselijk, want je weet: die jongen gaat dood, die komt nooit meer terug."

 

citaat uit het boek De Overkant van Ernst Jansz. Foto ook afkomstig van Ernst