VARIA

Stukjes uit diverse interviews, columns en andere artikelen,

geschreven door Herman Keppy door de jaren heen.

 

 

BEDANKT PIET

Toen wij rond 1970 in Amsterdam West op straat voetbalden, waren de lantaarnpalen de goals. Het was dus een hele toer om van afstand, en om de tegenstanders heen, goed te mikken en te scoren. Vaak was het bananenschot met de buitenkant voet doeltreffend. Dan waanden we ons Piet Keizer. Ik weet zeker dat buurjongen Frans Belderbos, hij speelde bij DWS, werkelijk Piet Keizer wilde worden. Gefascineerd door diens loepzuivere passes en schoten. Frans werd uiteindelijk een topbiljarter, een soort Keizer van het groene laken. Hij zal nu (ergens in Florida) net als ik mijmeren over onze jeugd en voetbal op straat, zoals ontelbaar veel Amsterdamse jochies van toen.

 

De fameuze linksbuiten had afscheid genomen van Ajax en voetbal. Daags na dat bericht kroop een volledig uitgeruste bergploeg door de Kalverstraat, alsof ze op straat de Matterhorn beklommen. Niemand wist wat hen bezielde. Totdat de laatste klimmer aan het touw voorbijkroop. Aan zijn schoen bungelde een briefje: Piet Keizer moet blijven!

 

O ja, en ik maakte de switch naar basketball. Buiten het seizoen, in de zomer, speelden we pick-up games op het Museumplein. Op een dag zag ik vaag in mijn ooghoek dat een wat gezette man heel lang naar ons spel stond te kijken. Uitgespeeld tuurde ik nog eens om te zien wie die kerel nu was. Man, mijn Ajaxheld Piet Keizer stond daar gewoon potje na potje te genieten, van ons, van mijn spel.

 

Eerste allinea geplaatst op de website van Het Parool op 11 februari 2017

 

 

VERSCHIL


Mijn vader werd in zijn jeugd in Indië ‘inlander’ genoemd. Hij is van 1930. Inlanders waren kinderen van het land die niet dezelfde rechten hadden als de ‘Hollanders’. Omdat men ‘inlander’ te denigrerend vond, bedacht men voor precies dezelfde persoon in dezelfde situatie het woord ‘inheemse’. Lood om oud ijzer.


Maar toen mijn pa als afgezwaaid militair noodgedwongen naar Nederland moest verkassen, was hij opeens gepromoveerd tot ‘repatriant’. Een vergissing voor wat betreft mijn vader, omdat hij eigenlijk behoorde tot de ‘Ambonezen’, net als hij voormalig ‘inlanders’ die begin jaren vijftig ook in Nederland arriveerden. Mijn vader mocht niet bij zijn volksgenoten en familie in het Ambonezenkamp, want hij was geclassificeerd als ‘repatriant’ en die werden ondergebracht in een pension. Verschil moet er zijn. Trouwens, later bleek ‘Ambonees’ niet meer te voldoen, het was opeens ‘Zuid-Molukker’, en daarna viel ‘Zuid’ er weer af. Lood om oud ijzer.


Omdat de wieg van mijn vader in Indië stond, behoorde ik tot de vergaarbak ‘allochtonen’. Allochtoon, hoewel ik in Nederland ben geboren, mijn vader toen al de Nederlandse nationaliteit bezat, en mijn moeder Nederlandse is. Even was ik zelfs nog ‘westers allochtoon’, terwijl mijn vader uit het oosten komt.

 

Ook die benaming is alweer passé. De laatste genialiteit komt uit de koker van onder meer het CBS, en wordt al overgenomen door anderen. Er wordt nu gesproken over 'inwoners met een migratieachtergrond' in tegenstelling tot 'inwoners met een Nederlandse achtergrond'. Lood om oud ijzer, geen beleid op te maken, maar verschil moet er blijkbaar nog steeds zijn.

 

Column in Zorg+Welzijn, december, 2016

 

WA-THO-HUK 1912

 

Jim Thorpe won goud op de pentathlon en decathlon tijdens de Olympische Spelen van 1912. De Zweedse koning was zo onder de indruk van zijn prestaties dat hij hem de hand schudde met de woorden 'You, sir, are the greatest athlete in the world", waarop Thorpe bescheiden antwoordde, 'Thanks, King'. Hij staat op de foto, genomen in Stockholm, met twee verschillende schoenen. Het originele paar zat niet lekker. Compromis was dat in zijn linkerschoen een extra sok moest.


Jim werd in Oklahoma geboren, pas elf of twaalf jaar na – zijn geboortecertificaat is nooit gevonden - de Slag bij Little Big Horn (1876). Dat is belangrijk om te noemen, want zijn andere naam was Wa-Tho-Huk (Lichtend Pad). Hoewel van gemixte afkomst werd hij beschouwd en zag hij eruit als een native American.


Thorpe was ook goed in honkbal, want enige jaren na Stockholm werden hem zijn medailles afgenomen. Een of andere pennelikker had 'ontdekt' dat hij voorafgaand aan de Spelen geld had ontvangen voor het meespelen in een honkballteam (het ging om 2 dollar per wedstrijd, toen ook al niet veel). Daarom gold hij als prof en had hij niet mogen meedoen aan de Spelen. Het moet een grote klap zijn geweest.


Thorpe werd vervolgens echt professioneel honkbalspeler (New York Giants), football player en ook verdiende hij een centje als basketballspeler bij het team, waar ik ook wel een balletje bij zou hebben willen gooien: The World Famous Indians. Maar het was geen vetpot, hij trouwde drie keer, had acht kinderen en toen kwam de crisis. Jullie raden het al: Jim Thorpe stierf in armoede in 1945, de laatste jaren van zijn leven een alcoholist.


Zijn weduwe hield toch een centje aan hem over want zij verkocht zijn lijk aan een plaatsje in Pennsylvania waar men zijn graf graag wilde hebben, in de hoop toeristen te trekken. Hoewel nakomelingen en native Indians in Oklahoma hem nu terug wensen, ligt hij daar nog steeds in het dorp dat na zijn komst werd herdoopt tot: Jim Thorpe.


O ja, en dertig jaar na zijn dood heeft het IOC 'the greatest athlete' officieel in ere hersteld en kreeg zijn familie de Olympische medailles terug.


Uit: Olympische Herinneringen, post op Facebook juli 2016

 

 

HOMO BELGICUS

 

Toen het fotoboek Homo Sovieticus uitkwam, interviewde Herman Keppy fotograaf Carl De Keyzer voor het tijdschrift Focus. Na 27 jaar volgt de herhalingsoefening.

 

Er wordt in de Belgische pers een vergelijking gemaakt met het moment dat Homo Sovieticus uitkwam en het verschijnen van Cuba. La Lucha. Toevallig heb ik je indertijd ook voor Focus geïnterviewd.
'Ah ja, er is een gelijkenis qua timing. Bij Cuba is de timing goed, omdat het boek is verschenen net voor de komst van president Obama aan het land. Bij Homo Sovieticus was het nog beter. Haha, de presentatie was op 9 november 1989, om acht uur in Amsterdam. Iemand was aan het speechen, ik weet niet meer wie. Toen stapte een man uit het publiek naar voren met een draagbaar radiootje, dat nogal kabaal maakte, heel vervelend. Ik weet niet precies of mijn herinnering goed is, maar opeens riep hij: "Ze breken de Muur af!" Weet jij dat nog?'

 

O ja, vrienden van jou uit Gent hadden bij mij overnacht en zouden nog een dag blijven. Maar zij en andere bezoekers in de galerie stapten na de presentatie meteen in de auto naar Berlijn.
'Je kunt niet beter mikken dan op zo'n dag te komen met een boek over de Sovjet-Unie. Achteraf dan, want met de val van de Muur had niemand meer interesse in mijn boek. Het verkocht aanvankelijk niet zo goed, maar is toch historisch geworden. Want zoiets kon daarna niet meer worden gemaakt. Het is ook voor mij belangrijk geweest, omdat het mijn entree is geworden bij Magnum (het beroemde fotografencollectief in New York – red.).'

 

uit Focus, mei 2016

 

GLOBETROTTERS 1946

 

In 1946 the NBA was founded and all teams were all white. Black players were not allowed, the best of them joined the basketball circus called The Harlem Globetrotters. The same year they went overseas for the first time. On this pic three of them pose with a Swiss lady to promote Ricard liquor, hence the funny hats.


The cool dude on the left is Jim Strong who was not part of the Trotters. Once an American GI involved in the liberation of Europe he stayed in Italy where he became a national legend in both basketball and baseball. Popping over the Italian-Swiss border here he meets up with old buddies. Strong donned me the photo. I believe legendary player Reece 'Goose' Tatum 'the Michael Jordan of his time' is second from the right.

 

Post on Facebook, december 2015

 

 

HOWG

Het basketballteam dat zo'n twintig jaar berucht stond als BV Amsterdam 1 en uiteindelijk Ricoh Astronauts 3 trok spelers die van overal kwamen aanwaaien. Amerikaanse profs die even neerstreken op zoek naar een club in Europa en uitgeweken Bosniërs, Serven, Macedoniërs en Kroaten uit voormalig Joegoslavië. We hebben een Rus gehad, een Israëliër, een Duitser, een Pool en natuurlijk een arsenaal aan (ooit) talentvolle Hollandse spelers.

 

Op een dag ging het gerucht dat een native American onze gelederen had versterkt. En inderdaad, zit ik op een zaterdagavond in de Apollohal, word ik op mijn schouder getikt, waar mijn toen lange haar weelderig overheen hing. Een fokking indiaan! Hij geeft mij een hand en vraagt: 'Which tribe are you?'

 

Een van de Facebook basketballposts, december 2015

 

 

REBELLEN

Toen ‘Een vlucht regenwulpen’ van Maarten ’t Hart werd verfilmd, waren Rogi en ik niet eens zo lang van school. Het Spinozalyceum, dat dient als decor in de film wanneer de hoofdpersoon mijmert over zijn jeugd en een onbereikbare liefde. Hij keert er terug voor een reünie en dan ontmoet hij die oude liefde opnieuw, en het gevoel is niet verdwenen.
Onze school was in werkelijkheid ook het decor achter hevige liefdes. Niet te vermijden, want sommige meisjes werkten al als fotomodel, jongens werden gecast voor commercials en zelfs ‘de mooiste jongen van Amsterdam’ zat bij ons op school. Vele stille, eenzijdig beleefde affaires ook. Rogi verklapte me onlangs dat hij had berekend hoeveel voetstappen de weg van zijn deur telde, in dezelfde Stadionbuurt waar de school lag, naar de voordeur van de ouderlijke woning van het meisje dat hij begeerde. Maar ze gunde hem geen blik. Anderzijds hoorde ik laatst van een vrouw dat zij ooit heimelijk een oogje had op Rogi. Zij zat echter een klas hoger dan hem, not done. En ik was verliefd op de vriendin van de mooiste jongen van Amsterdam, maar hij was mijn vriend en ik nobel. Kostte jaren om tot het besef te komen dat wanneer het om de liefde gaat schroom, regels, edelmoedigheid en alles opzij dienen te worden gezet.


Passievrucht

Het is goedgekomen, ik was al vader van een meisje toen ik Rogi na onze schooltijd tegenkwam op de Bloemensingel met zijn toenmalige vriendin, hoogzwanger. Hij vertelde me dat hij nu dichter was en ik ben meteen doorgelopen naar Athenaeum boekwinkel op het Spui om zijn bundel te kopen. Of had ik Rogi eerder al ontmoet in een café op de Nieuwezijds toen hij zich verbaasde of verkneukelde over het feit dat we allebei het schrijversvak waren ingeslagen? Net als oud-klasgenoot Simon de Waal die ik na de schooljaren trof als rechercheur op Bureau Lijnbaansgracht waar ik aangifte van diefstal kwam doen. Ik wist niet dat hij meewerkte aan de tv-serie ‘Baantjer’. Hij schrijft die detectives tegenwoordig, met veel succes. En net als dat grappige ventje dat altijd zeulde met een tjokvolle, ouderwetse lederen schooltas. ‘Ik liet mijn boeken thuis, keek altijd mee met hem,’ zegt Rogi. Dat was Karel Glastra van Loon, zijn ‘Passievrucht’ schijnt de meest vertaalde Nederlandse roman ooit.


Uit de bijdrage 'Rebellen' van Herman Keppy aan de catalogus van Rogi Wieg:

De kleine schepper ( Uitgeverij West, januari 2015).

 

1500 ONTSLAGEN

'Cordaan zet vanwege de zorgbezuinigingen 1500 thuiszorgmedewerkers op straat.' Dit alarmerende bericht verscheen februari dit jaar in de pers. Nu heb ik een vriend, die ik vanaf de kleuterschool ken, die als thuiszorger al jaren werkt voor Cordaan, de grootste zorginstelling van Amsterdam. Toch bezorgd even gebeld om te vragen of hij tot de ongelukkigen behoort. Tot mijn verbazing weet hij van niets. Nee, kranten en tv-journaals volgt hij al jaren niet meer, dat leidt alleen maar tot onnodige stress, meent hij. Wat de ene dag wordt beweerd, is de volgende dag al anders. Zoals alle thuiszorgers werkt hij ongeveer voor het minimumloon; zelfs als dat minder wordt, schikt hij zich erin. De demonstraties voor het behoud van de thuiszorg, nota bene ook die 'om de hoek' onlangs in het Oosterpark, gaan aan hem voorbij. Het enige dat hij soms in een opwelling doet en alleen als er verkiezingen zijn, is op de SP stemmen. Al heeft hij ook in de politiek weinig vertrouwen. 'Maar heb je dan geen brief gekregen van Cordaan of een telefoontje van je leidinggevende?' vraag ik hem. Mijn vriend beweert van niet. Ik verdenk hem ervan de envelop niet te hebben geopend.


Maanden later werkt mijn vriend nog steeds als thuiszorger voor Cordaan en over 1500 ontslagen collega's van hem heb ik niets meer gelezen of gehoord. Geen ludieke acties van strijdlustige Cordaanmedewerkers, geen ingegooide ramen bij de thuiszorginstellingen, geen radeloze werklozen op de stoep van het stadhuis. Hoe zit dat nou? Ik heb navraag gedaan bij een van de journalisten die had geschreven over die 1500 ontslagen. Hij wist eigenlijk niet hoe dat verhaal was afgelopen.


Voor Zorg + Welzijn mocht ik Eelco Damen, de voorzitter van de Raad van Bestuur van Cordaan interviewen. Natuurlijk heb ik hem gevraagd naar die arme 1500 ontslagen thuiszorgmedewerkers. Wat blijkt, u raadt het, ze zijn helemaal niet ontslagen. 'Zie je wel, een storm in een glas water,' zal mijn oude vriend zeggen.
 

uit: Zorg+Welzijn, juli/augustus 2013

 

 

VOETBAL MET LIFE GOALS IN ZWOLLE

De sportterreinen aan de rand van Zwolle liggen er verlaten bij. Het is dan ook nog geen weekend, maar met de motregen die al de hele ochtend valt en voorlopig niet ophoudt te vallen, is de aanblik wel heel verlaten en triest. Schijn kan bedriegen, want op het terrein van sportclub HTC is er volop activiteit. Meerdere teams in kleurige tenues spelen fanatiek wedstrijden, publiek onder al even kleurige paraplu’s juicht ze toe. En spelers van de teams die nog niet aan de beurt zijn, schieten elkaar in, houden het balletje hoog of spelen lummetje. Regen of geen regen.

 

Het is het eerste toernooi in het kader van de Dutch Career Cup 2012, opnieuw een initiatief van Stichting Life Goals, in samenwerking met het UWV en professionele voetbalclubs. Ook nu is het de bedoeling om een kwetsbare groep, in dit geval Wajongeren, via voetbal te activeren. Het ultieme doel is om hen via de sport aan een baan te helpen.

Boven de kleedkamers, hoog en droog in de kantine, waarschuwt de speaker de spelers op de velden om vooral op te passen met te harde slidings. Op het natte gras kan dat tot nare blessures leiden. De keeper van een van de teams heeft toch al besloten om vandaag niet te duiken, hij wordt eenvoudig gepasseerd door de balvaardige spits van de tegenstander die zijn rush ongeveer van het eigen goal heeft ingezet, de vrouwelijke medespeler negerend die de hele wedstrijd al strak linksbuiten staat.

 

uit: reportage in Zorg+Welzijn, juli/augustus 2012  

 

 

WETHOUDER VAN AMSTERDAM: ANDRÉE VAN ES

U bent verantwoordelijk voor de inburgering. Onlangs zei u in een interview voor AT5 min of meer dat de integratiekwestie voor Amsterdam in feite al een gepasseerd station is.

 

‘De stad is enorm veranderd qua bevolkingssamenstelling. Kijk naar de basisscholen, meer dan de helft van de kinderen heeft een andere achtergrond dan de klassiek Nederlandse. Je kan toch niet tegen die kinderen zeggen, je moet integreren in die ouderwetse Nederlandse samenleving die er niet meer is. Daarnaast hebben we tien heel heftige jaren achter de rug. Beginnende met de aanslagen in New York op het WTC, de moord op Pim Fortuyn en hier in de stad de moord op Theo van Gogh. Als gevolg daarvan is het multiculturele debat ongelooflijk hoog opgelopen. Die tien jaar hebben we achter de rug, de stad moet even op adem komen. Ik proef die behoefte. Wat je wel moet doen, is je afvragen: wat vinden we nu belangrijk in deze stad? Dan heb je het over: vrijheid en diversiteit. Het beroep dat ik doe op de Amsterdammer en dat is ook mijn begrip van burgerschap: je moet met elkaar die stad in al zijn verscheidenheid op handen willen dragen. Een extra stap is daarvoor nodig. Je moet willen meedoen, je niet verschansen achter je voordeur, je moet actief willen zijn, willen werken. Maar je moet ook een stap vooruit willen zetten als het gaat om het dragen van tolerantie, vrijheid en het accepteren van verschillen.’

 

Maar daarin kan de gemeente alleen…

 

‘Een appèl doen, dat is waar. We subsidiëren natuurlijk nog steeds vrijwilligersinitiatieven. Als het gaat om de tolerantie in Amsterdam, vrijheid, de wil om geen discriminatie en racisme te hebben; ik verwacht dat iedereen daar een bijdrage aan levert. Maar onzin om te denken dat zoiets alleen maar kan worden geïnitieerd vanuit het Stadhuis.’

 

uit: interview in Zorg+Welzijn, september 2011

 

sambal

TORENBOUWER

En nu hebben we Guido de Torenbouwer. Hij wil de Haringpakkerstoren en de Jan Roodenpoortstoren terubrengen, opgericht in de tijd van de Geschiedenis van Amsterdam deel II en gesloopt in 1829. ‘Iedereen is het erover eens dat de vestingstorens gezichtsbepalend zijn voor Amsterdam,’ meldt Guido (bent u er over gevraagd? ik ook niet!). En hij verzekert ons dat zonder optimisme niets van de grond komt en dat zijn plan net als het vorige inmiddels veel bijval geniet. Ambtenaren hebben een half jaar de tijd gekregen om de haalbaarheid van dat plan te onderzoeken. En zo worden er opnieuw duizenden euro’s verkwist aan een fata morgana.

 

Stel dat de torens terugkomen, dan begrenzen zij een groot deel van de Singel dat zich, zonder bestemmingsplan heeft ontwikkeld als het Tweede Wallengebied van Amsterdam. Geen leuke plaats om te leven, met gigantische hoeveelheden glurende, dronken en pissende mannen. De prostituees en hun klanten zijn gezichtsbepalend en zullen dat ook blijven na de bouw van de torens. De Haringspakkerstoren zal nabij de Koepelkerk staan waar het hoerengebied begint, de Jan Rodenpoortstoren zal uitkijken op de straat van het geboortehuis van Multatuli, op het geboortehuis van Multatuli na een straat vol bordelen. Maar dat ziet Guido kennelijk niet, noch een van de andere wethouders... sinds het vertrek van Rob Oudkerk.

 

uit: column ´Conserveblikje Frankfurthers met sambal´, uitgesproken tijdens Historisch Cafe van 9 maart 2005

 

WILT CHAMBERLAIN

Herman Keppy: “Ook in het selectieteam van Amsterdam heb ik een paar jaren na Wilt’s pensioen, het shirt met nummer 13 bemachtigd. Het shirt stamt kennelijk van voor Wilt Chamberlain, gezien de deplorabele staat waarin het verkeert. De setjes voor de aspirantenselectie zijn afdankertjes van AMVJ, APGS, Herly of een van de andere clubs die het basketball in Nederland zijn begonnen. Wij, Amsterdamse branieschoppers, schamen ons dood als we moeten spelen tegen Haarlem, Rotterdam en zelfs Twente die beter zijn uitgerust. Maar ik speel tenminste met nummer 13.”

 

uit: Wilt Chamberlain 1936-1999, Face the Basket, november 1999

 

kampioenen

 

HET WONDER

Vlak voor het seizoen 1995-’96 staat er weer een eredivisieteam. Tenminste, duidelijk is alleen dat Ed de Haas en Oscar Kales spelen. Ze hebben samen met ex-eredivisiespeler Carlo Brunink de nieuwe vereniging Finish Profiles Amsterdam opgericht. Andere spelers worden in de allerlaatste dagen voor de start van het seizoen gevonden. Het team wordt door de pers niet geheel onterecht als een ‘bijeengeraapt zooitje’ omschreven. Maar met een gemiddelde van tweehonderd toeschouwers bij de thuiswedstrijden ziet de Apollohal de tijden van weleer langzaamaan herleven.

 

Als tweevoudig Coach van het Jaar Jan Willem Jansen, voormalig NBB-voorzitter Ruud Frese en vele anderen met een Amsterdams basketballverleden zich met de club gaan bemoeien, wordt het team in het volgend seizoen opeens titelkandidaat.

 

In april 1997 lijkt het basketball in Amsterdam weer helemaal op de weg terug. De Telegraaf kopt: ‘Het wonder van de Apollohal’. Naast basketballsterren van vroeger - soms lijkt het wel een reünie - komt er veel jeugd af op de spannende play-off wedstrijden tegen RZG Donar en Libertel EBBC. Finish Profiles kent die maand een gemiddelde van meer dan 2000 toeschouwers per wedstrijd. Tijden die zelfs de oudjes zich niet meer kunnen heugen.

 

uit: De Apollohal, ik kan er de grond wel kussen in het boek Jump For Joy, 50 jaar Nederlandse Basketball Bond, ISBN 90.5695.031.2. (1997)

 

 

WOUTER DERUYTER

Wouter Deruyter (22) studeert aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. Toen Wouter vorig jaar bij Focus langskwam (liftend uit België) om zijn portfolio te laten zien, was hij net gebuisd, de Belgische term voor blijven zitten. Wouter is gefascineerd door het Brusselse nachtleven, travestieten en homofuiven, clochards in de café's in de oude wijk De Marollen, de marginale wereld van de grote stad. Een boek dat zijn Brusselse werk afrondt, wil hij gebruiken als een visitekaartje, een aanloop naar een verdere loopbaan. Voor dat boek is hij nog op zoek naar sponsors, maar hij heeft goede hoop. "Tot nu toe zijn al mijn dromen uitgekomen. Veel mensen kennen het woord 'passie' niet. Ik werk hard om mijn dromen te kunnen verwezenlijken."


uit: Het mooiste aan Brussel is haar lelijkheid, Focus 6, 1989

INEZ VAN LAMSWEERDE

“Na school hoop ik opdrachten te krijgen waarbij ik intensief bij de produktie ben betrokken, waarbij mijn ideeën van wezenlijk belang zijn. En niet omdat ik toevallig een camera kan vasthouden en weet hoe de lichten moeten staan.”

 

uit: Modefotografie, de nieuwe sfeermakers, Focus 4, 1989

 

EDLAND MAN

“Ik werk vaak met stukjes foto, hou ervan om iets surrealistisch te maken, iets toe te voegen aan de realiteit. In principe maak ik eerst een gewone foto, laat het afdrukken en dan ga ik knippen en plakken en fotografeer dat resultaat opnieuw waarbij ik met een speciaal lensje voor vervomingen zorg.”

 

uit: Modefotografie, de nieuwe sfeermakers, Focus 4, 1989

 

 

ed

ED VAN DER ELSKEN

Maar je bent zelf toch ook geslaagd?
“Nee, niet waar, ik ben heel goed, ik ben beroemd, maar ik leef continu economisch op het scherp van de snede. Je hebt er geen idee van. In zoverre ben ik geslaagd dat ik mijn plaats cultureel heb bevochten, maar maatschappelijk, jongen, je hebt geen idee. Er zijn duizend fotografen in Nederland, waarvan er 987 welvarender zijn dan mijnheer Van der Elsken. Vind ik helemaal niet erg, want dat moeten zij weten, maar jij vergist je dus. Ik ben in zoverre geslaagd, dat ze kunnen zien, Jezus, die heeft een heel leven geknokt voor dingen waar hij in gelooft.”

 

uit: Ed van der Elsken in Japan, Focus 12, 1988

 

PHILIP MECHANICUS

Philip Mechanicus houdt een nog natte afdruk omhoog. “Ik ben blij dat ik deze heb gemaakt. Hij is van de Zuiderkerktoren af gemaakt. Kijk, ik woonde hier op de Zwanenburgwal, dit stukje hier, dit is de toren en dit gebied is dus nu het nieuwe stadhuis en Muziektheater. Hier heb je de Amstel, heel mooi, met die bruggen, net Praag met zo’n sombere gloed die eroverheen hangt. Die kerk daarachter is ook weg, gesloopt, jaren geleden. Dit is de achterkant van de markt. Het ziet er allemaal heel keurig en uitgestorven uit. Het was geen zondag, want ik weet nog dat er in de toren mannen aan het werk waren. Alleen hier staat een vrouwtje, zie je, ze is net uit dat autootje gestapt. Verder is er helemaal niemand te zien en dat was op een middag, een uur of drie, onbegrijpelijk. Alsof ik geroepen had; ‘Gaat u allemaal even naar binnen, er mogen geen mensen op.’ Alleen dat ene vrouwtje heeft het niet gehoord.”


uit: ‘Oh Waterlooplein’, de jonge jaren van Philip Mechanicus, Focus 9 , 1988