In Pendek laat Keppy Indische en Molukse Nederlanders aan het woord met verrassende, vaak pijnlijke en steeds roerende verhalen die tot een eeuw teruggaan en cruciale momenten in hun levensgeschiedenis betreffen: scholing in Indië, de Tweede Wereldoorlog, het verzet, de Bersiap, de repatriëring en de verovering van Hollandse harten. Keppy’s eigen Molukse familie komt ook in beeld – zijn grootvader was KNIL-militair, zijn vader was marinier en kwam als velen door de ongelukkige loop van de geschiedenis tegenover zijn eigen volk te staan.

 

Korte verhalen
Vormgeving: Louis Souhuwat
Omvang: 160 pagina's
Formaat: 12,5 x 20 cm
Uitvoering: gebrocheerd
ISBN 978-90-820635-0-9
prijs: € 12,95
Uitgeverij West, 2013

 

Pendek is te koop bij Athenaeum in Amsterdam en Haarlem,

Van Stockum in Den Haag en Museum Bronbeek in Arnhem.


Ook te bestellen via de website van Uitgeverij West

 

 

 

De oorlog heeft gezinnen kapotgemaakt

Op een dag kwamen de Nederlandse troepen, de Eerste Politionele Actie. Er werd heen en weer geschoten. Meer van de Nederlandse kant, dan van de Indonesische kant. De schoten kon je van elkaar onderscheiden. Die van de Indonesiërs klonk als ‘takdoem’ en de Nederlandse ‘Pprrrrrrpprrr’, een regen van kogels en veel hoger. Oom Noya beval dat we naar binnen moesten gaan en zo plat mogelijk op de grond onder bed moesten liggen. Het schieten ging een tijdje door en toen opeens horen we buiten Molukse stemmen: ‘Hé tante tante ini ketorang ini, mogen we binnenkomen?’ En ik hoor: ‘Ik ben het; Leirissa!’ Tjaka wist dat hier de Molukse gezinnen zaten. En toen kwamen we allemaal naar buiten. Ah man, dat was zo’n mooi gezicht: die Molukse jongens in uniform, allemaal bewapend. Zij waren de stoottroepen van de Nederlanders. Ketorang semua menangis. Als ik erover praat komen de emoties weer boven.
   Vanaf dat moment was het grootste gevaar geweken. En er was ook meteen eten.Ja, ik had nog nooit van een rijdende keuken gehoord, een vrachtwagen met een complete keuken. We kregen soep te eten, tjonge, wat was dat lekker. Als de Bersiaptijd iets langer had geduurd, zat ik hier waarschijnlijk nu niet. We zijn wel geholpen door onze Javaanse buren, zij gaven ons groenten. Toen Tjaka met zijn groep binnen was gekomen, heeft mijn moeder hem meteen gezegd: pas op, doe onze Javaanse buren niets, want zij hebben ons eten gegeven. We waren goed bevriend met hen en hebben later ook ons eten met hun gedeeld.
   Via het Rode Kruis kwamen er toen brieven, van mannen die hun vrouw zochten. Tante Nahumury, tante Matulessy, ze werden geroepen en velen vertrokken met hun kinderen naar de plaats waar hun man verbleef. Soms kwam er ook een brief en daarna hoorde je de tante huilen. Dan wisten wij al, o ja die oom is overleden. Ik vraag me nog steeds af wat er van die tantes en kinderen is geworden, al heb ik gehoord dat de meesten terug zijn gegaan naar Ambon. Het kamp liep langzamerhand leeg. En dat was triest voor ons gezin. Als ik dit verhaal vertel dan... wij waren de laatsten die het kamp verlieten.

 

uit Pendek, korte verhalen over Indische levens

 

Over Pendek

Verhalen in Pendek geven, door de journalistieke ondertoon, kleur aan historische gebeurtenissen uit de Indische geschiedenis. (...) Voor Indische jongeren geeft Keppy concrete handvatten om een beeld te krijgen bij grootse momenten in de ogenschijnlijk ‘kleine’ levens van onze ouders en voorouders.

Kirsten Vos op Indisch 3.0, 20 maart 2014

 

'Keppy schrijft ook over de ervaringen van zijn eigen familie, waarbij de emotie duidelijk blijkt. Het resultaat is een heterogene bundel, met goed geschreven stukken, over vooral de ontreddering van de dekolonisatie.'

Dr. Harry Poeze voor de Nederlandse bibliotheekdienst (nbd biblion), 28 augustus 2013

 

'Je verhalen hebben een stoïcijns karakter. Er gebeuren gruwelijke dingen (...),

het leven is zelden gemakkelijk, en jij beschrijft dat in een heel

onsentimentele toon, het wordt nooit zielig.'

Maarten Westerveen in De Avonden op Radio 6, 9 juli 2013

 

'Pendek is Indonesisch voor kort of klein; dat klopt voor de vorm,

maar de inhoud is vaak indrukwekkend.'

John Jansen van Galen geeft 4 sterren in Het Parool, 4 juli 2013

 

'Onder de regels zit veel gevoel en bewogenheid weggestopt. De schrijver
is beslist niet uit op emotioneel effectbejag; niettemin weet hij de lezer
nu en dan flink te raken.'

Nico Dros, schrijver (van onder meer Oorlogsparadijs) op 6 juni 2013

 

'De kracht van Keppy's schrijfstijl is dat de lezer direct gegrepen wordt
door zijn rake typeringen van personen en situaties. Thuis, op het strand
of in het vliegtuig,
Pendek is een bundel die overal met plezier en ontroering

zal worden gelezen.'
Wim Manuhutu (voormalig directeur Moluks Museum), in Marinjo, zomernummer 2013

 

'Twintig mooie, roerende verhalen (...) Je boek leest echt heerlijk weg.
Een middagje op het terras met een koffie verkeerd, voordat je de koffie
op hebt, zit je er al middenin.'

Tarik Yousif in Dichtbij Nederland, Radio 5, 21 mei 2013



 

Het decor – Missouri, een prachtige bosrijke staat met een aangenaam klimaat die de geschiedenis ademt van het Wilde Westen.

De held – Martin Selano laat een saaie kantoorbaan, hopeloze liefdes en de deprimerende jeugdcultuur van punk en krakersrellen in Amsterdam achter zich om in Amerika te studeren en basketball te spelen.

Co-stars – Raymond Roundfield, de aanvoerder van het basketballteam weet met roommate Martin een inbraak te verdoezelen waarbij de helft van de spelers is betrokken;
Mooie Lucy Mack lijkt voorbestemd voor Martin of andersom, maar houdt hem aan het lijntje, tot een ander opduikt.

Het verhaal – Volgt Martin negen maanden kriskras door Missouri op weg naar de finale van het regionale kampioenschap en elders. Opmerkelijke wetenswaardigheden over het gebied nabij de Mississippi flitsen voorbij.

De schrijver – Herman Keppy (Amsterdam, 1960) verklaart dat de personen in dit boek misschien karaktertrekken en fysieke gelijkenis ontlenen aan mensen die hij heeft gekend, ‘maar daar blijft het bij, dit is een roman, fictie.’

 

Roman
Vormgeving: Edd Simons
Omvang: 180 pagina's
Formaat: 12,5 x 20 cm
Uitvoering: gebrocheerd
ISBN 978-90-820635-0-9
alleen antiquarisch verkrijgbaar
Uitgeverij Conserve, 2006

 

Bad News

Onderweg in de metro vertelde Randolph over Bad News, de bijnaam van Jim Barnes, in 1964 speler van het Olympisch team dat goud won in Tokyo. In hetzelfde jaar ook de allereerste speler die in de jaarlijkse draft werd gekozen, door de New York Knicks. Hij gold dus als het allergrootste jonge basketballtalent in de hele wereld!

   Na een goed eerste seizoen in de NBA werd Barnes echter alweer geruild in een deal waarmee geld en andere spelers waren gemoeid. Hij verkaste een seizoen naar Baltimore en speelde vervolgens nog voor Los Angeles en Boston, maar er kwam nooit uit wat werd verwacht. Zoals veel sterren op welk gebied dan ook, kon hij de weelde niet aan. Een constante zucht naar verdovende middelen brak hem op. Begin jaren zeventig eindigde de NBA-loopbaan van Jim Barnes toen hij met een jas vol drugs in de voering werd gearresteerd in een hotelkamer. ‘Ik ken hem van de basketballkampen in de zomer, hij heeft me veel geleerd.’
   Het was donker in het appartement van Bad News. De grote man – even lang als Martin, maar veel breder en zwaarder – rees op uit het bankstel bij de tv, de enige meubels in de verder kale kamer. Hij schudde Martins hand: ‘My man here tells me you can play, but it takes all your effort to be a good player. Work hard and you will achieve your goal.’ Dankbaar nam hij de joints aan en stak er een op. Met Randolph besprak hij de whereabouts van basketball-spelers uit New York die zij beiden kenden. De een speelde helemaal in Californië, de ander kwam uit voor de Atlanta Hawks, weer een ander schoot dagelijks zijn balletje in eengevangenis in New Jersey. De grote man onderbrak het gesprek eenmaal, omdat hij zich plotseling iets herinnerde. Hij verdween in de slaapkamer en kwam trots terug met zijn Olympische medaille en NBA-championship ring van de Boston Celtics. Martin hield de bijna heilige voorwerpen in zijn hand en besefte dat het de enige dingen waren in het vrijwel lege appartement die restten van de carrière van de number one overall draft pick van 1964.

   'Waar leeft hij van? vroeg hij buiten aan Randolph. 'I dunno, hij heeft net een eigen merk hete barbecuesaus op de markt gebracht, een recept van zijn oma, het heet Bad News. Misschien dat het een succes wordt.’

 

uit Flat River Flamingo

 

Over Flat River Flamingo

'Kijkend door een Amsterdamse bril doet hij rake observaties die de stereotypen op een originele manier inkleuren. Zo beschrijft Keppy meesterlijk hoe de basketballploeg bij een uitwedstrijd zowel voor als na de wedstrijd uitgebreid bij McDonalds gaat bunkeren. Ook het verkeer tussen de seksen (daten) en de kloof tussen blank en zwart worden scherp door Keppy in beeld gebracht. In goed gemonteerde intermezzi reikt hij boeiende informatie aan over de geschiedenis en geografie van de staat Missouri.'

L. Torn voor NBD/Biblion, april 2006

 

'Het boek heb ik met veel plezier gelezen! Goed!'

Ton Boot, meervoudig basketballcoach van het jaar, ex-international en ex-tegenstander van Levi’s Flamingo’s (zomer 2006).

 

'Fantastisch boek, heb het in één ruk uitgelezen tussen Tokyo en Amsterdam.'

Oscar Kales, ex eredivisiespeler en zoon van speler van Levi’s Flamingo’s (zomer 2006).

 

 


De op Ambon geboren gebroeders Tehupeiory behoren in 1907 tot de allereerste landskinderen van Nederlands-Indië die studeren in Holland – geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. De oudste had toen al furore gemaakt als auteur van ‘het beste boek ooit door een inlander in het Nederlands geschreven.’ Zijn jongere broer doet in 1909 van zich spreken, wanneer hij terug in Indië zowel een succesvol studiefonds voor de Molukse jeugd opricht als de nog steeds bestaande vakvereniging van Indonesische artsen.
   De begaafde dokters Tehupeiory worden in Batavia op handen gedragen door hun patiënten, bruin én blank. Vanwege hun pioniersrol op velerlei gebied worden zij verafgood door hun volksgenoten. Na de Tweede Wereldoorlog en Indonesische onafhankelijkheidsstrijd raken zij echter in de vergetelheid.
   Deze roman, gebaseerd op het omvangrijke privé-archief van de jongste broer, verhaalt over hun fascinerende leven en loopbaan, zonder voorbij te gaan aan de persoonlijke tragiek die schuilging achter de successen. Tegelijkertijd wordt een blik geboden op de laatste vijftig jaar Nederlandse overheersing van Indonesië, gezien vanuit de ogen van een intellectuele elite die, balancerend tussen haat en liefde voor het moederland, uiteindelijk voor het vaderland kiest.


Historische roman
Met fotokatern
Omvang: 408 pagina’’s
Formaat: 12,5 x 20 cm
Uitvoering: gebrocheerd
ISBN: 90 5429 192 3
alleen antiquarisch verkrijgbaar
Uitgeverij Conserve, 2004
 

 

Chinezen

Het was een zware dag geweest voor dokter Tehupeiory, zoals vrijwel iedere dag. Na de polikliniek die vandaag door zestien mensen was bezocht, deed de dokter een ronde langs de ernstigste gevallen in het mannenhospitaal waar vierentachtig bedden waren bezet, gevolgd door een checkup van alle twintig patiënten in het vrouwenhospitaal.
   De dokter pauzeerde met wat soep en rijst, waste en verkleedde zich om de stad in te gaan. Hij had gelogen over de patiënt die hij moest bezoeken. In werkelijkheid moest hij zijn wekelijkse ronde doen langs de Chinese prostituées die in Medan woonden, waarbij hij vluchtig onderzocht of zij misschien een geslachtsziekte onder de leden hadden. Er woonden ongeveer honderd Chinese prostituées in Medan, daarbuiten in kleine kampongs op en tussen de plantages waren zij ook te vinden..
   Een noodzakelijk kwaad, had de Europese dokter aan de hem toegewezen dokter djawa Tehupeiory uitgelegd, want zonder de hoeren zou er op grote schaal sodomie worden bedreven. Iets wat overigens niet helemaal was uit te bannen op de plantages waar de Chinese koelies, zonder vrouwen, dicht op elkaar woonden in de huizen, waar zij met hun kongsi, werkgroep, samenwoonden.
   Als het seksueel verkeer door een partij niet was geapprecieerd, werd soms een dag of wat later ergens in een greppel een lijk gevonden, met daarnaast de opgave van reden waarom de executie had plaatsgevonden: de afgesneden penis en teelballen.
   Een ander noodzakelijk kwaad dat net als de prostituées werd ingevoerd door het Hollands gouvernement was opium. De Chinees hield wel van een pijpje en als hij daar, jong en pas uit China nog geen interesse voor had, dan zorgde de autoriteiten er wel voor dat het genotmiddel verleidelijk gemakkelijk beschikbaar was.
   Opiumschuiven en publieke vrouwen voorkwamen dat de koelies hun tijd verdeden met politiek gebazel en onruststokerij.


uit: Tussen Ambon en Amsterdam

Over Tussen Ambon en Amsterdam

‘Een ongelooflijk, zinsbegoochelend boek’
Frenk van der Linden in Kunststof (Radio 1, 14-08-04)


‘Keppy lijkt al net zo’n rolmodel als de Tehupeiory’s’
John Jansen van Galen in Het Parool (17-08-04)


‘Een prachtboek!’
Paul Verspeek in de ‘Ver van mijn pet show’ (Radio Rijnmond 10-10-04)


‘Een bijzonder belangrijk stuk sociale geschiedenis’
Moluks Magazine Marinjo (november/december 2004)


‘Goed geschreven en informatief’
Nederlands Dagblad (04-02-05)


‘Herman Keppy is erin geslaagd de sfeer van de
koloniale samenleving goed te treffen’

Wim Manuhutu in Moesson (november 2004)


‘Een belangrijke toevoeging aan het historisch besef
binnen de Molukse gemeenschap’

Leslie Boon in De Sobat (oktober 2004)


‘Het boek is het lezen waard’
Ron Habiboe in Pelitanieuws (oktober 2004)


‘Een boeiend levensverslag’
Harry Poeze voor de Nederlandse Bibliotheek Dienst (25-11-04)

 


 

Als de Japanners in 1942 Nederlandsch-Indië binnenvallen, bestaat een derde van het marinepersoneel in Indië uit autochtone bewoners van het eilandenrijk. Op de schepen van de Koninklijke Marine krijgen zij veel minder betaald dan Nederlanders van gelijke rang en slapen zij apart van de Hollanders in het ‘inlands verblijf’.
   Pas na de oorlog worden de verhoudingen gelijkgetrokken. Dan zijn honderden gesneuveld in de strijd of omgekomen in krijgsgevangenschap en een deel is overgelopen naar de strijdkrachten van de Indonesische republiek.
In 1951 en 1952 komen de laatste honderd van deze schepelingen naar Nederland.
   Het zijn Molukkers die gedwongen zijn naar Nederland te komen als gevolg van de proclamatie van de Zuidmolukse Republiek. Terecht gaat alle aandacht voor Molukkers in de jaren na de aankomst in Nederland naar het onrecht aangedaan aan de vierduizend ex-KNIL-militairen, die tegelijkertijd arriveren.
Deze soldaten worden door de legerleiding ontslagen en onder slechte omstandigheden in kampen gehuisvest.
   Maar hoe vergaat het de ‘marine-molukkers’ ondertussen en wie zijn die ‘inlandse’ of ‘inheemse’ schepelingen eigenlijk?


Uitgeverij Focus (1994),
ISBN: 90-72216-56-3
boek alleen nog antiquarisch verkrijgbaar

 

Over De laatste inlandse schepelingen

'Deze oral history zorgt vaak voor ontroerende, en vooral schrijnende verhalen, nog afgezien van het indringende kijkje dat zij biedt in de toenmalige Nederlandse volksaard.'

 

Frans Peeters in Het Parool, 14-11-1994